Overslaan en naar de inhoud gaan
Global Entrepreneur Monitor

Ondernemerschap in Nederland: veel potentieel maar beperkte ambitie

Nederlanders zien relatief veel ondernemerspotentieel, maar zetten dat maar in beperkte mate om in daadwerkelijke en ambitieuze bedrijvigheid. Dat is de belangrijkste conclusie van de Global Entrepreneurship Monitor (GEM) over specifiek Nederlands ondernemerschap.

Het onbenutte potentieel treffen de onderzoekers voornamelijk aan onder vrouwen, ouderen en hoger opgeleiden. Zij zien wel kansen, maar zetten minder vaak de stap naar ondernemerschap. Tegelijk is er wel beweging te zien: het aandeel Nederlanders dat aangeeft de komende jaren een onderneming te willen beginnen  is sinds 2018 meer dan verdubbeld en het aandeel dat daadwerkelijk bezig is met het opzetten van een bedrijf groeit gestaag, en ligt inmiddels boven het Europees gemiddelde.

Het internationale onderzoeksproject Global Entrepreneurship Monitor (GEM) geeft jaarlijks inzicht in de omvang, kenmerken en context van ondernemerschap in verschillende landen. Het deelverslag van de Nederlandse tak is samengesteld door onderzoekers van de Utrecht University School of Economics (U.S.E.). Bij dit onderzoek is samengewerkt met onderzoeks- en adviesbureau Panteia 

Nederland doet al sinds 2001 mee aan GEM, waardoor de monitor de ontwikkeling van ondernemerschap van de afgelopen vijfentwintig jaar zichtbaar maakt. Doordat GEM ondernemerschap meet op basis van surveyonderzoek in plaats van officiële bedrijfsregistratie, maakt het ook informeel en aankomend ondernemerschap zichtbaar, en vormt het zo een aanvulling op de officiële statistiek. En omdat de onderliggende methode voor alle landen hetzelfde is, maakt het ook een internationale vergelijking mogelijk.

De drie opvallendste bevindingen in de monitor zijn:

  • Steeds meer respondenten geven aan recent te zijn gestopt met een onderneming.In de meeste gevallen is het bedrijf daarna niet voortgezet door iemand anders. De meest genoemde reden om te stoppen is niet bedrijfsfalen maar het aannemen van een andere baan, wat suggereert dat een deel van de stijgende uitstroom samenhangt met een aantrekkelijke arbeidsmarkt.  
     
  • Het onbenut potentieel zit in bepaalde groepen: vrouwen, ouderen en hoger opgeleiden zien wel kansen, maar zetten minder vaak de stap naar ondernemerschap. Mogelijk komt dit doordat vrouwen hun eigen ondernemersvaardigheden gemiddeld lager inschatten en doordat hoger opgeleiden en ouderen een aantrekkelijker en zekerder alternatief in loondienst hebben.
     
  • Generatieve AI speelt voorlopig een beperkte rol – ongeveer een derde van de ondernemers vindt het belangrijk voor het eigen bedrijfsmodel.

Het rapport laat zien dat het knelpunt niet bij de instroom van starters zit, maar bij de vertaalslag naar groei en bij specifieke ondervertegenwoordigde groepen. Het ondernemingsklimaat wordt door ondernemerschapsonderzoekers, beleidsmakers, financiers en ondernemers relatief hoog gewaardeerd. Binnen Europa scoren alleen Finland, Zwitserland en Litouwen hoger. Toch is dat alsnog maar net een voldoende, 5,6 op 10. Volgens diezelfde experts liggen er vooral kansen in het verankeren van ondernemerschap in het onderwijs, betere toegang tot risicodragend kapitaal en stabiel beleid met minder regeldruk.

Beleidsmakers, ondernemerschapsonderzoekers en ondernemersorganisaties moeten zich dus afvragen hoe potentieel ondernemerschap in daadwerkelijke bedrijvigheid en groei omgezet kan worden, aldus de onderzoekers.